Zaterdag 25 april 2015, 16u

"Il divino Cipriano"

EL GRILLO (olv Inge Bollaert) en POLYFOON (olv Lieven Deroo)

Kerk Sint-Martinus, Ronse

Tickets: --> klik hier

De rode draad doorheen deze bloemlezing is de vijfstemmige Missa a note negre, een parodiemis naar de Rores eigen vierstemmige chanson Tout ce qu’on peut en elle voir. Cipriano schreef nauwelijks vijf polyfone missen. Twee ervan waren gebaseerd op een cantus firmus en (in navolging van Josquin) geschreven ter meerdere eer en glorie van de hertog van Ferrara. Drie andere hadden een Frans chanson als model. In vergelijking met Palestrina of Lassus betekent dit een fractie, maar de Rores missen genoten een relatief grote bekendheid ondanks het feit dat ze enkel in manuscript circuleerden en nooit werden gepubliceerd.

De Missa a note negre ontstond na 1557 en werd waarschijnlijk geschreven in opdracht van één of andere broodheer ten Noorden van de Alpen. Niet toevallig wordt het enige exemplaar van dit werk bewaard in de Bayerische Staatsbibliotheek in München. De mis ontleent haar naam aan de korte, ‘zwarte’ notenwaarden (note negre) die net als in het madrigaalgenre veelvuldig voorkomen. De Rore versnijdt elk (homofoon of imitatief) segment van het oorspronkelijke melancholische chanson – een kort werkje waarin de declamatiestijl van Willaert naar voor komt -  en transformeert het in de verschillende misdelen volgens de regels van de kunst tot een tot een volmaakt evenwichtige compositie die haar model moeiteloos overbluft qua zeggingskracht, virtuositeit en expressie.

Daar waar de Missa a note negre uit de Rores late creatieve periode stamt, dateren de vier madrigalen in dit concert op grond van de gekozen poëzie en hun eerder milde harmonische taal waarschijnlijk van vóór 1550. Het bijzonder sensitieve O Sonno is geschreven op een sonnet van Giovanni Della Casa, een Florentijnse tijdgenoot van de Rore en vriend van Pietro Bembo, de man die met succes de Petrarca-revival had ingezet. Net als in bijna veertig andere madrigalen grijpt  Cipriano in Mia benigna fortuna, Di tempo in tempo en Tutt’il di piango effectief terug naar de onvolprezen verzen van Petrarca’s Canzoniere. De rijke beeldtaal van deze poëzie brengen een evolutie in zijn madrigaalstijl op gang waarbij de relatie tussen muziek en tekst steeds  nauwer wordt. Chromatiek, dissonantie en het moedwillig breken van de regels van de modaliteit of het exploreren van de ritmische mogelijkheden van kortere notenwaarden (note nere) hebben één doel: de betekenis achter de woorden expressief en haast tastbaar te verklanken. Daarin was Cipriano zijn tijd ver vooruit.

Naast een handvol wereldlijke motetten worden tegenwoordig ook iets meer dan vijftig religieuze motetten aan Cipriano toegeschreven. Het gros van dit repertoire is terug te vinden in gepubliceerde motetbundels. Wat opvalt is een zekere hang naar dramatische teksten en daarmee verbonden de invloed van de Rores madrigalen op dit genre (waarin vijfstemmige werken de norm waren). Een mooi voorbeeld is het psalmmotet Usquequo Domine – Illumina oculos meos, uitgegeven in 1545 bij Antonio Gardano in Venetië. Ook avonturier, diplomaat en componist Domenico Ferrabosco had dezelfde tekst verklankt.  Mogelijks had Cipriano hem in Urbino ontmoet in de entourage van Guidobaldo delle Rovere en als eerbetoon daarom Ferrabosco’s versie opgenomen in zijn eerste motetbundel uit 1544.

Het concert opent en sluit met een vijfstemmige lofzang. Jubilate Deo – Populus eius op tekst van psalm 100 is een feestelijk eerbetoon aan de schepper van hemel en aarde. De neo-Latijnse tekst van Labore primus Hercules daarentegen bewierookt flemerig de grote verdiensten van Cipriano’s werkgever, hertog Ercole d’Este II, als was hij de gelijke van mythologische Hercules. Dit laatste werk en ook het achtstemmige, quasi dubbelkorige Donec gratus eram tibi – geschreven op een ode van Romeinse dichter Horatius – zijn beide terug te vinden in een schitterende codex waarin hertog Albrecht V van Beieren in 1558 zesentwintig motetten van de Rore bijeenbracht en hofschilder Hans Mielich  de door het leven getekende componist op de terugweg van Ferrara naar Ronse vereeuwigde.

Jens Van Durme, november 2014


Programma (alle uitgevoerde werken zijn van Cypriaan De Rore)

Labore primus Hercules (motet, a 5)

Donec gratus eram tibi (motet, a 8)

Tout ce qu’on peut en elle voir (chanson, a 4)

Missa a note negre : Kyrie (a 5)

Missa a note negre : Gloria (a 5)

O sonno (madrigaal, a 4)

Di tempo in tempo (madrigaal, a 4)

Missa a note negre : Sanctus/Benedictus (a 5)

Usquequo Domine (motet, a 5)

Tutti’il di piango (madrigaal, a 3)

Mia benigna fortuna (madrigaal, a 4)

Missa a note negre: Agnus Dei (a 5, a 6)

Mon petit cœur (chanson, a 8)

Jubilate Deo (motet, a 5)

 

Meer omtrent deze ensembles

Om meer te weten over El Grillo en Inge Bollaert: --> klik hier

Om meer te weten over Polyfoon en Lieven Deroo: --> klik hier

(--> terug naar het overzicht van de concerten)